Friday, June 19, 2026

Is iedereen muzikaal? [Dutch]

Iedereen is muzikaal.
Deze nogal stellige uitspraak heb ik in de afgelopen jaren herhaaldelijk verdedigd in allerhande gesprekken, colleges en publiekslezingen. Zij fungeerde in m’n onderzoek als inspirerende en richtinggevende werkhypothese, maar wel een die telkens om herijking vroeg. Want wat verstaan we precies onder muzikaliteit? En wie is iedereen? 

Met muzikaal bedoel ik niet ‘virtuoos’ of ‘conservatoriumwaardig’, maar het basale vermogen om muziek te herkennen of eraan deel te nemen, om te luisteren en te waarderen. 

Met iedereen doel ik op álle mensen. Niet iedereen is uitvoerder of componist, wél beschikt ieder mens over een capaciteit voor muziek. Die aanleg is vroeg zichtbaar: al vanaf de geboorte reageren baby’s op ritme en melodische contour, ruim voordat taal de meeste aandacht opeist. Ervaring vormt en kleurt die muzikaliteit vervolgens levenslang; formele scholing is geen voorwaarde. 

Ook zonder opleiding, en zelfs bij neurologische of sensorische beperkingen (muzikaliteit heeft niet zoveel met ons gehoor te maken), blijkt muzikaliteit in uiteenlopende vormen aanwezig. Maar ook, en dat zullen we in dit boek ontdekken, delen we verschillende aspecten van muzikaliteit met andere dieren. 

Maar hoe onderzoek je dat? Wetenschap heeft immers meer nodig dan goed klinkende oneliners. Het vereist een zorgvuldig zoeken naar verklaringen: patronen ontleden, aannames toetsen. Ze vraagt om precisie, repliceerbaarheid, maar ook om kritiek en twijfel. 

Nu is ‘onderzoek’ wel een erg algemene term. Ik gebruik daarom de afgelopen tijd graag het woord uitvogelen. Het benadrukt zowel het risicovolle als het plezier van nieuwsgierig zijn — het verkennen zonder precies te weten waar het toe zal leiden. 

E.e.a. staat in scherp contrast met de toenemende nadruk op controle en voorspelbaarheid binnen veel empirische disciplines. In de psychologie bijvoorbeeld heeft het preregistratie-paradigma — waarin hypothesen, methoden en analyses vooraf worden vastgelegd — het veld transparanter gemaakt, maar ook minder beweeglijk. De experimentele opzet garandeert betrouwbaarheid, maar maakt het moeilijker om onverwachte patronen te herkennen of betekenisvolle afwijkingen te volgen. Uitvogelen erkent juist de waarde van exploratie, van de waarneming die zich niet laat voorspellen of plannen, maar wél tot nieuw inzicht kan leiden. 

In de wetenschapsfilosofie wordt die ontdekkingsfase, van ‘opperen’ en daarna exploreren, gezien als een belangrijke stap die voorafgaat aan toetsing. Zonder de vrijheid om te verkennen, om intuïtief verbanden te leggen en om onverwachte patronen te volgen, kan de wetenschap soms vervallen tot het simpelweg bevestigen van wat al vermoed werd. 

Die combinatie van controle en verbeelding is essentieel, zeker in onderzoek naar muzikaliteit. Muziek raakt immers aan zowel natuur als cultuur, aan biologische mechanismen én aan subjectieve ervaring. Zulke verschijnselen laten zich niet reduceren tot één methode of discipline. Ze vragen om een open, interdisciplinair perspectief. Uitvogelen is in die zin meer dan een metafoor. Het verwoordt een onderzoekspraktijk die nieuwsgierigheid centraal stelt en voortschrijdend inzicht niet als zwakte beschouwt maar als noodzakelijke voorwaarde voor begrip. Alleen door die open, verkennende houding kunnen we, denk ik, iets leren over de aard van muzikaliteit, bij mens én dier. 

Een derde thema, dat richtinggevend is gebleken voor het onderzoek, is het idee dat muziek meer is dan simpelweg ‘geordend geluid’. Muziek ontstaat pas in de wisselwerking tussen klankproductie en de waarneming, tussen de uitvoerder die de muziek vormgeeft en de luisteraar die er betekenis aan toekent, zich laat verrassen of juist verveelt. In die interactie wordt bijvoorbeeld muzikale spanning tot stand gebracht: de musicus articuleert een ritmisch patroon; de luisteraar projecteert een metrische regelmaat en ervaart de syncopen als afwijkingen, die plezierige spanning genereren. Ontbreekt die specifieke verwachting bij de luisteraar – gebaseerd op aanleg, voorkeur en ervaring –, dan blijft het ritmisch patroon gewoon saai. In die zin is muziek niet alleen geluid, maar ontstaat zij in de interactie tussen de muziek én de luisteraar. Zonder luisteraar geen muziek. 

Een laatste thema houdt me vooral de laatste jaren bezig: de realisatie dat we muzikale dieren zijn. Muzikaliteit is niet enkel een culturele verworvenheid, maar ook een samenstel van biologische eigenschappen. Muzikaliteit is in die zin ouder dan muziek zelf, mogelijk zelfs ouder dan taal. Zij is geworteld in de evolutie van de mensachtigen en, dieper nog, zichtbaar in gedragingen van andere dieren: in ritmisch meebewegen bij andere primaten, in de complexe melodische structuren van walviszang, of in de gevoeligheid voor timbre (klankkleur) bij zangvogels. 

Het wordt steeds duidelijker dat muzikaliteit niet simpelweg een bijkomstigheid is, een bijproduct van taal of spraak, maar een unieke, basale eigenschap van sociale diersoorten. In dat licht is muziek geen uitvinding van de mens, maar een verschijnsel dat zich via ons verder heeft ontwikkeld: hoewel divers en complex van aard, wordt het gedragen door een reeks evolutionair oude, biologisch verankerde mechanismen. 

Waarom heeft dat inzicht zo lang op zich laten wachten? Het antwoord ligt, ten minste gedeeltelijk, in onze manier van kijken. Eeuwenlang hebben we onze aandacht gericht op kunst en vliegwerk — op de virtuositeit van het muziek maken —, voortbouwend op het verheven ideaal van de westerse muziekpraktijk. Muziek werd beschouwd als een esthetisch hoogtepunt van menselijke kunnen, iets om te bewonderen, verheven op het podium, soms zelfs letterlijk met een hekje eromheen. 

Toch wezen verschillende wetenschappers al eerder op een andere, fundamentelere werkelijkheid. De etnomusicoloog John Blacking betoogde decennia geleden dat muziek niet enkel een culturele constructie is, maar een universele menselijke activiteit, geworteld in sociale interactie. Antropoloog Jerome Lewis beschreef hoe de zang en ritmes van ede BaYaka in het Congolese regenwoud diep verweven zijn met hun dagelijks leven, hun ecologie en hun sociale relaties. En socioloog en etnomusicoloog Alan Lomax legde met zijn bandrecorder in de vorige eeuw de stemmen van boeren, arbeiders en predikers vast in het Amerikaanse zuiden, waarmee hij liet zien dat musiceren niet gebonden is aan opleiding, podium of notenschrift. 

Het werk van deze pioniers onthult wat wij lange tijd over het hoofd zagen: dat muziek niet slechts een luxe is. Ze maakt meer deel uit van het alledaagse leven dan we over het algemeen denken. Muziek is overal — in spel, in rituelen, in arbeid, in zorg — en daarmee wezenlijker voor het menselijk bestaan dan we gewoonlijk aannemen. 
 
Muziek wordt veelal als overbodige franje gezien: ze stilt geen honger en verlengt geen leven. Een nauwkeuriger blik suggereert echter het tegendeel. Een blik die bestaat uit observatie, experiment en redenering; de volledige gereedschapskist van alfa-, bèta- en gammawetenschappen in samenhang. De neurowetenschappen leveren kennis over perceptie en de rol van beloningssysteem in het ervaren van muziek; de cognitiewetenschappen leveren kennis over aandacht, verwachting en ons geheugen; de antropologie over praktijken en context; de muziekwetenschappen over structuur, vorm en uitvoering. 
 
Zo groeit stap voor stap een vollediger beeld van wat muzikaliteit is of kan zijn: een fundamenteel menselijke, en in belangrijke mate met andere dieren gedeelde capaciteit voor muziek, waar we een hoop betekenis, troost én plezier aan kunnen beleven.

Thursday, June 11, 2026

Is muziek het nieuwe paracetamol? [Dutch]

Soms blijft een woord of een hele zin hangen. Deze week stond in het Financieele Dagblad een opiniestuk van Jet Bussemaker met de wervende titel: Kunst verdient prominentere plek in zorgbeleid. Sympathiek, en er zijn zeker goede argumenten voor aan te voeren (vgl. het Paleissymposium in november 2025, dat over het belang van muziek ging).

Toch viel mij vooral de streamer op —"Patiënten die tijdens een operatie naar muziek luisteren, ervaren minder pijn en angst, blijkt uit onderzoek"— en vooral het woordje 'tijdens'... dat was inmiddels toch uitgezocht? 

FD van 10 juni 2026
Ik moest meteen denken aan het Mozart-effect. Een jaar of vijfentwintig geleden werd muziekonderwijs graag verdedigd met het argument dat muziek je slimmer zou maken. Een aantrekkelijk idee, natuurlijk. Wie wil er geen slimmere kinderen? Maar precies daar ging het mis. Zoals psycholoog E. Glenn Schellenberg ooit fraai opmerkte: de lobby van het muziekonderwijs schoot zichzelf in de voet. Ze maakten intelligentie belangrijker dan muziek zelf. Dat was nergens voor nodig. Muziek heeft een intrinsieke waarde:

 „Die cheerleaders van muziekonderwijs hebben zich in de voet geschoten door erop te hameren dat muziek je slimmer maakt, dat het goed is voor alles. Nu dat niet zo blijkt te zijn, is hun belangrijkste argument van tafel. Ze hadden moeten zeggen: muziek maakt dat we kunnen dromen, dansen, bewegen. Muziek is belangrijk op zichzelf.” – NRC, 25 augustus 2017.

Met kunst in de zorg dreigt iets vergelijkbaars. Natuurlijk kan kunst bijdragen aan welzijn. Natuurlijk kan muziek, dans, theater of beeldende kunst iets doen met stemming, aandacht, pijnbeleving of sociaal contact. Daar bestaat overtuigend onderzoek naar. Maar het woord “bewijs” vraagt hier om voorzichtigheid. En de claim genoemd in de streamer van het Opinie-stuk is eenvoudig te weerleggen (zie bijv. m'n eerdere blog, en stukken in Volkskrant en Trouw).

Wetenschap levert zelden bewijs in de wiskundige zin. Ze levert voortschrijdend inzicht, betere metingen, scherpere vragen, soms stevige aanwijzingen. En soms ook resultaten die later genuanceerd, afgezwakt of weersproken kunnen worden. Dat is geen zwakte van wetenschap. Dat ís wetenschap. 

NRC, 20 mei 2014.
Daarom word ik wat onrustig van stellige claims als: 'het bewijs is gevonden'. Zeker wanneer afzonderlijke bevindingen vervolgens worden opgetild tot beleidsslogan. Dan wordt kunst een goedkoop medicijn, een cultureel paracetamol met subsidiepotentieel.

Dat lijkt me te klein gedacht. Kunst verdient een plek in de zorg omdat mensen meer nodig hebben dan behandeling alleen. Omdat ziekte niet alleen een biologisch probleem is. ‘Helend’ is wat dat betreft een beter woord dan ‘genezend’.

Is kunst dan goedkoper dan medicijnen? Misschien soms. Maar dat is vermoedelijk niet haar beste argument. Kunst is geen korting op zorg. Ze is eerder een raam in een kamer waar je te lang naar dezelfde muur hebt gekeken.

Monday, June 01, 2026

Celebrate Blogging?

Apie, MCG's AI Assistent.
Back in July 2006, I was wondering whether the world really needed yet another blog. It was a fair question then, and I have asked myself the same thing at pleasingly regular intervals ever since. And yet, inconveniently, I seem to be enjoying it more than ever: writing small notes about research papers I come across, and tricking myself into reading them rather more carefully than I otherwise might. 

Many of these posts began as modest exercises in thinking aloud, though some later escaped into articles, lectures, or teaching. Others became answers to questions that kept returning, often from high-school and university students, or from journalists with a curiosity about the Mozart effect, musical taste, catchy songs, our sense for rhythm, musical animals, and the possible origins of music (N.B It now serves as the database for Apie, MCG's Mascotte and AI Assistent, that tries to answer the questions that come in regularly).

Nature Editorial (2 June 2026)
Of course, blogging has been declared obsolete so often that it now seems to enjoy a surprisingly active afterlife [1,2,3]. First came social media, then podcasts, newsletters, Substack, Instagram reels, TikTok, and whatever is currently replacing whatever replaced the thing before that. So yes, this may now be a mildly archaeological and boomerisch corner of the internet. 

Nevertheless, next month this blog celebrates its twentiest birthday. And this emeritus will simply hack on, if you don't mind :-). 

Related blogs

    [1] Is blogging outdated? [June 2011

    [2] Wetenschap in de blogosfeer? [March 2012

    [3] Is blogging not completely outdated? [July 2012

References 
Scientists in the future will not read articles like this (2026). Nature, 654, 8. https://doi.org/10.1038/d41586-026-01723-1

Batts, Shelley A., Anthis, Nicholas J., & Smith, Tara C. (2008). Advancing Science through Conversations: Bridging the Gap between Blogs and the Academy. PLoS Biology, 6 (9), 240-245 doi: 10.1371/journal.pbio.0060240 

Saunders, M. E., Duffy, M., Heard, S., Kosmala, M., Leather, S., McGlynn, T., Ollerton, J., & Parachnowitsch, A. L. (2017). Bringing ecology blogging into the scientific fold: measuring reach and impact of science community blogs. Royal Society Open Science. https://doi.org/10.1098/rsos.170957 

Rahate, V. V. (2023) Unveiling the Blogosphere: Exploring the Evolution, Impact, and Future of Blogging. International Journal of Advanced Research in Science, Communication and Technology, 129–136. https://doi.org/10.48175/ijarsct-12021